• Banner_Heuvelrug_Schoon.jpg
  • header_klimclinics.jpg
  • IMG_0049.JPG
  • IMG_0789.jpg
  • JNC-2017.JPG
  • Klimmetje-laag.jpg
  • Tour-over-de-Heuvelrug-2e-pinksterdag-2017.jpg
  • TV20opnamen20Omroep20Max201.jpg

Het grote banden vraagstuk: clincher, tubeless of tubes?!

Banden

Je hebt banden, banden en banden. Vele soorten en maten, je moet kiezen, want zonder banden kom je nergens. Het gros van de mensen fietst met een draad- of vouwband op een clincher velg en een binnenbandje. Klinkt logisch en is ook voor velen prima. Naast deze keuze zijn er echter nog twee alternatieven om op pad te gaan. Met andere woorden; ga je op pad met je fiets zijn er drie verschillende manieren om je velgen van ‘schoeisel’ te voorzien.

Nu zal bij sommige lezers al een vraagteken verschijnen bij het woord clincher. Clincher is het type velg met de opstaande randen. De randen waar je een band achter haakt als je deze met binnenband op je velg monteert. Op een clinchervelg kan je drie type banden monteren. Laten we beginnen bij de banden waarbij je een binnenband nodig hebt.

Draad- of vouwband De draadband of vouwband liggen erg dicht bij elkaar en het verschil is met het blote oog eigenlijk niet waarneembaar. Het verschil zit hem in de rand waarmee je de band achter de clinchervelg haakt. Beide banden worden gebruikt in combinatie met een binnenband. Een draadband dankt zijn naam aan het feit dat er een staaldraad in de rand (bandhiel) wordt verwerkt. Door deze staaldraad kost het over het algemeen wat meer moeite om de band om de velg te leggen. Dit doordat staaldraad uiteraard niet rekt. Voordeel van deze stugge bandhiel is dat de band bij weinig druk niet snel van je velg afloopt.

Het enige verschil ten opzichte van de draadband is dat bij de vouwband er geen staaldraad in de bandhiel is verwerkt, maar kevlarvezels. Dit zorgt ervoor dat de bandhiel lichter en ook soepeler is en daardoor ook makkelijker om de velg te leggen is. Theoretisch gezien zou dit betekenen dat de band bij weinig druk makkelijker van de velg af loopt, echter is dit in de praktijk te verwaarlozen. Wanneer je merkt dat je lek hebt zal je er toch aan moeten geloven en de binnenband vervangen.

Tubeless Een band die qua uiterlijk ook nauwelijks is te onderscheiden van de draad/vouw-band is de tubeless band. Tubeless banden hebben ze afgekeken van de autoband. Hierbij leg je een band om de velg, zonder dat daar een binnenband aan te pas komt, binnenband-loos dus. Wanneer je tubeless banden wilt rijden is het wel belangrijk dat de velgen hier ook voor geschikt zijn. Deze velgen kan je herkennen doordat er in de velg geen gaten zitten. De velg is luchtdicht afgewerkt, zodat er geen lucht kan ontsnappen wanneer je de band wilt oppompen. Heb je geen velg die geschikt is voor tubeless zijn er verschillende soorten velg-tape waarmee je een velg alsnog luchtdicht kan maken.

In het mountainbiken wordt al jaren gebruikt gemaakt van tubeless (gemaakte) velgen in combinatie met tubeless banden. De banden zijn voorzien van een stevige bandhiel zodat ook daar geen lucht kan ontsnappen. Tubeless banden hebben geen ventiel. Deze kan je los kopen (afhankelijk van het merk velg) en monteer je met rubber ringetjes in de velg. Nadat de band om de velg is gemonteerd moet je vloeibare latex in de band laten lopen (dit kan via het ventiel). Vloeibare latex zorgt voor de laatste echte afdichting van de band. Daarnaast kan de vloeibare latex kleine gaatjes opvullen die tijdens het fietsen kunnen ontstaan. Mocht je een snee of scheur in je band rijden zal deze latex niet volstaan en zal het via de scheur naar buiten lopen. Voordeel is dat er wel een binnenband in gemonteerd kan worden bij een lekke band. Nadeel is dat de vloeibare latex kan zorgen voor een smeerboel en door de stevige bandhiel zal de band er lastig omgaan. Tubeless banden hebben door ‘het gemis van een binnenband’ minder rolweerstand. Doordat ze minder hard hoeven worden opgepompt rijdt het comfortabeler zonder dat ze rolweerstand verliezen. De kans op een stootlek is een stuk kleiner doordat er geen binnenband is die kan knellen tussen de velg.

Tubes of tubular De laatste variant die met name door wedstrijdrijders veel wordt gebruikt zijn tubes of tubular banden. In tegenstelling tot de bovengenoemde banden hebben deze geen bandhiel die in de velg moet worden gehaakt. Zoals de naam al doet vermoeden is de band een buisvorm, ofwel compleet rond. Een tubular band bestaat uit een (vaak soepele latex) binnenband waar een buitenband om wordt genaaid. Aan de binnenkant, waar de band aan elkaar wordt genaaid, wordt een katoenen velglint gelijmt. Voor dit soort banden is een apart soort velg nodig. Een tubular velg heeft geen opstaande randen; immers, de band heeft ook geen randen die je daarachter kan haken. De velg loopt iets hol waar de band precies invalt. Doordat deze velgen geen opstaande rand hebben zijn deze veel steviger en minder gevoelig voor stoten. De tubular banden moeten op de velg worden gelijmt, om te voorkomen datde band er in de bocht vanaf rolt.

Het voordeel van de tubular band is dat er met erg lage bandenspanning kan worden gereden. De band zit vast op de velg en kan er dus niet afrollen. Doordat binnen en buitenband zijn samengevoegd is ook de rolweerstand een stuk minder dan wanneer er met een van bovenstaande banden worden gereden. Met name in de cyclocross wordt er veel gebruik van gemaakt van tubular banden. Doordat er met slechts één bar kan worden gereden zonder dat de band van de velg komt, heb je veel grip op modderige ondergrond. Ook is de kans op stootlek erg klein omdat de binnenband niet kan knellen tussen de velg. Het oppervlak van het velgbed is groter wat het comfort positief beinvloedt. Maar het vastlijmen van de banden op je velg kost niet alleen veel extra tijd en onderhoud, het wordt ook lastig wanneer je onderweg toch lek rijdt. Je kan (net als bij de tubeless band) vloeibare latex in de band doen en ook zijn er reparatiebusjes die je mee kan nemen om onderweg latex in de band te spuiten. Maar wanneer het lek te groot is sta je onderweg met een platte band en is vervangen een beste klus. Je kan er voor kiezen om een losse tubular band mee te nemen, maar dit neemt veel ruimte in beslag. Kies je er toch voor, zal je onderweg je tubular band eerst van de velg moeten trekken om daarna met een losse tubular door te fietsen. Daarmee heb je de kans dat de band wel van de velg rolt omdat deze niet zo goed vast zit.

Ander nadeel van de tubular band is de prijs. Doordat deze band met de hand wordt genaaid is de prijs aanzienlijk hoger dan een draad, vouw of tubeless band die machinaal wordt geproduceerd. De prijs die je overigens extra betaald voor de banden kan je ‘terugverdienen’ bij de aanschaf van geschikte velgen. Doordat het productieproces van een tubular velg een stuk eenvoudiger is, (immers hoeft de opstaande clincher-rand niet geproduceerd te worden) is de prijs ook een stuk lager. En minder materiaal betekent ook een lager gewicht.

Nu is het voor iedere renner verschillend welke band je kiest. Naast bovenstaande type banden heb je uiteraard ook nog voorkeur voor merk, profiel en/of breedte. Wat betreft het type band lijkt het tubular verhaal met name voor wedstrijdrenners geschikt en zal je bij een toertocht niet snel een renner op tubulars voorbij zien komen. Mede door het lijmproces en het vele werk bij een eventuele lekke band maakt het onhandig en duur voor een gewone toerrijder om daarmee op pad te gaan. Het rijden met tubeless is nog vrij nieuw en lijkt (nog) ver weg om de standaard te worden. Persoonlijk gaat mijn voorkeur dan toch uit naar een vouwband met binnenband. Dit vanwege het simpele feit dat een lekke band vrij eenvoudig en snel is te verwisselen. De voordelen van minder rolweerstand en gewicht weegt voor het gros van de renners niet op tegen de arbeid die bij de overige band-typen nodig is.

Overigens; mocht je met carbon clincher-velgen op pad gaan en je bent van plan het hooggebergte in te gaan bedenk je dan goed dat het risico van een klapband een stuk groter is dan bij tubular banden of aluminium velgen. Door het remmen in een afdaling worden velgen warm (lees; heet). Carbon heeft de eigenschap deze warmte moeilijk kwijt te raken, waardoor de warmte een klapband kan veroorzaken. Dat wil je niet in een afdaling waarbij hoge snelheden worden bereikt.

Iedereen heeft zijn eigen voorkeur en ervaringen. Bedenk voor jezelf wat belangrijk is en baseer daar je keuze op.

(Tekst afkomstig van www.racefietsblog.nl )

tubeless schwalbe 2

Vouwband van Schwalbe.

Snel naar ...

facebook Blijf op de hoogte van het laatste nieuws. 'Like' ons >>

Toeragenda 2018

Zondag 11 maart**
Ontwakingstocht
30-60-75-100-130 km  Info

Maandag 2 april**
Bultentocht (2e Paasdag)
35-45-60-100-135-160 km  Info

Zondag 22 april**
Utrechtse Heuvelrugtocht
30-50-75-100-140 km  Info

Zondag 6 mei*
GPS Rijn- & Lingetocht
30-60-80-110-140 km  Info

Maandag 21 mei**
(2e Pinksterdag)

Tour over de Heuvelrug
30-50-75-110-135 km  Info

Zaterdag 9 juni**
16e Jean Nelissen Classic
(Vianden - Luxemburg)
60-90-125-135-145-165-180-220 km  Info

Zondag 1 juli*
GPS Grebbe Tourtocht
30-50-80-110-140 km  Info

Zondag 5 augustus**
Hel van de Heuvelrug
35-60-80-100-145-180 km  Info

Zondag 2 september*
GPS Gooi- & Vechtstreektocht
35-55-80-110-140 km  Info

Zondag 30 september**
WNF Veluwse Herfsttocht
20-50-75-110-140 km  Info

Zondag 18 november**
ATB-tocht Utrechtse Heuvelrug
35-55-75-85 km  Info

** Gepijlde toertocht (m.u.v. 30 km)
* Niet-gepijlde toertocht obv GPS en/of routebeschrijving

 

 

 

Tochtensponsors 2017

rabobank kl flanderijn gray  rijwielpaleis bilthoven gray care4bikes gray asport gr

Lid van | Samenwerking met

website NTFU  

website Utrechts-Landschap   website staatsbosbeheer

Partners van DTC

website wnf 

velotours gray